Cv installatie bijvullen

Voor een optimale werking van de cv ketel kan het nodig zijn de cv installatie te voorzien van water, het bijvullen. In veel gevallen kunt u het zelf doen.


 

Druk aflezen

Kijk eerst op de manometer (drukmeter) bij de ketel of u moet bijvullen. Bij sommige moderne ketels kunt u de druk aflezen op het digitale display van de ketel. Is de druk lager dan 1-1,5 bar dan is het nodig het systeem bij te vullen.

Afkoelen

Zet de thermostaat op de laagste stand. Heeft u een ketel met manometer, dan haalt u de stekker uit het stopcontact. Ketels met een digitaal display schakelt u uit met de aan-uitknop. Laat de ketel ongeveer een halfuur afkoelen voordat u gaat bijvullen. Als koud water in een te hete ketel stroomt, kan de binnenkant barsten!

Waterkraan open

Zet het display aan om de druk afte lezen. Bij een ketel met manometer laat u de stekker uit het stopcontact. Sluit de vulslang aan op de koudwaterkraan. Open de kraan en laat het water tot de rand van de slang komen (houd er een emmer onder), voordat u hem op de cv- installatie aansluit. Zo zit er bijna geen lucht in de slang en kan er dus ook bijna geen lucht in de cv-installatie komen. Draai de waterkraan dicht.

Vulslang aansluiten

Draai de dop van de vulkraan en sluit het andere eind van de slang goed vast aan op de vulkraan van de cv-installatie. Deze zit meestal bij de ketel.

Bijvullen

Open de waterkraan en draai daarna de vulkraan van de cv-installatie open. Na een kwartslag is de vulkraan helemaal open. Als de druk bijna op 2 bar staat, sluit u eerst de vulkraan en daarna de waterkraan. Koppel de slang af en laat het resterende water uit de slang in een emmer lopen. Als u de installatie wilt ontluchten, dan koppelt u de slang pas na het ontluchten los.

Thermostaat aan

Doe de stekker van de cv-ketel weer in het stopcontact als u een ketel met manometer heeft. Zet de kamerthermostaat weer op de gewenste stand.